HOE KIES IK DE JUISTE KANDIDAAT

Vet, goede overgrote-reuze-bonk man.

FOMO! Geen typefout, geen scheldwoord. FOMO staat voor Fear Of Missing Out. Een “fenomeen” waarbij je bang bent dat er ergens het feestje van het jaar is, zonder dat jij erbij bent. Ik durf te stellen dat ik er niet bijzonder veel last van heb, maar in mijn omgeving zijn er mensen die dit naar een nieuw level tillen.

“Als je met 40 graden koorts op een bevrijdingsfestival staat, omdat iedereen daar is, hebben ze je als klein kind toch iets te vaak op je hoofd laten vallen.”

Voor sommigen onder ons levert dit een zodanige hoeveelheid onrust op dat ze niet meer genieten van een leuk moment. Puur uit angst dat er ergens anders misschien wel een leukere activiteit is. Heftig……

Is FOMO niet gewoon een gebrek aan capaciteit om keuzes te maken?

Keuzestress.

Het maken van keuzes kan voor velen de broodnodige stress opleveren. Onderzoek onderbouwt dit statement. Het hebben van te veel keuzemogelijkheden is een zodanige stressfactor dat het een gevoel van ongenoegen oproept. Zelfs na het maken van de keuze is men niet tevreden met datgene dat ze gekozen hebben. The paradox of choice van David Schwartz stelt dat voor elke 10 aangeboden keuzeopties, 2% minder mensen overgaan tot een daadwerkelijke keuze. Daar tegenover staat dat een grote hoeveelheid keuzemogelijkheden juist een gevoel van vrijheid geeft, keuzevrijheid zeg maar. Het wekt echter de illusie dat er veel verschillende kwaliteiten zijn binnen de aangeboden opties. Hierdoor verhoog je jouw verwachting, waardoor de kans op tegenvallen inherent toeneemt.

  • Maximizers moeten eerst alle opties overwegen en onderzoeken om de beste keuze te maken. Een tijdrovende klus die vaak leidt tot twijfelen en geen overduidelijke winnaar.
  • Satisficers gaan voor “goed genoeg”. Dit kost hen relatief weinig tijd, waardoor ze tijd overhouden voor leuke activiteiten.

Knikkerpotje?

Een voorbeeld. Altijd leuk.

Stel je hebt 2 bakken met knikkers. Bak A zit voor 90% gevuld met groene knikkers en voor 10% met rode knikkers. In bak B is het 50-50 verdeeld tussen rood en groen.

Voor een kleurenblinde echt een top voorbeeld dit trouwens, maar goed.

Je mag nu één groene knikker kiezen die jij het beste vindt, maar je mag maar in 1 bak kijken, welke bak kies jij dan?

Je bent natuurlijk geneigd om bak A te kiezen, waar 90% groene knikkers in zit. Maar wat nou als ik je vertel dat de absolute beste, meest waardevolle, over-grote-reuze-bonk, groene knikker in bak B zit? En wat nou als de rode knikkers sowieso beter zijn. Heb je daar al aan gedacht?

“Balen joh, gemiste kans!”

Dit artikel is overigens niet bedoeld als promotiecampagne voor het knikkerkartel, er zit weldegelijk een punt achter.

Binnen de sollicitatiewereld gebeurt namelijk exact hetzelfde. Een recruiter bepaalt van te voren dat een WO-diploma beter is dan een HBO-diploma of een HBO-diploma beter dan een MBO-diploma. Stelt een vacature op (een lege bak) en gaat op zoek naar geschikte kandidaten (knikkers). 180 groene knikkers en 20 rode knikkers solliciteren op de functie en dan mag je gaan kiezen.

“Succes!”

Er worden tegenwoordig te veel mensen uitgesloten van deelname, omdat ze niet de juiste opleiding, ervaring, leeftijd, afkomst, geslacht en/of sexuele voorkeur hebben. Wie ben jij om te bepalen dat groene knikkers beter zijn dan rode knikkers?

“Iets met 2017, mensen.”

Wat je kan ontdekken wanneer je het gesprek aangaat met iemand, is bizar. Kost misschien wat extra tijd in je selectieproces, maar je weet wel zeker dat je een aanvulling vindt op jouw team. Sluit een MBO-er niet zomaar uit, omdat je per se een HBO-er wil. Neem de tijd om eens dat gesprek aan te gaan. Misschien tijdens een potje knikkeren?